Op de werkgroepvergadering van 25 september jongstleden hield Paul Borger een interessante lezing over de gietijzeren grafkruisen bij de grote St.-Jan in Hoensbroek.

Aan de bouw van de grote St.-Janskerk in Hoensbroek werd in 1900 begonnen en in 1906 werd deze in gebruik genomen. Het ‘oude kerkhof’ zoals het nu wordt genoemd, werd een jaar later in gebruik genomen. Veel van de graven werden voorzien van gietijzeren grafkruisen. Gietijzeren grafkruisen waren al in gebruik bij de kleine St.-Jan en het is aannemelijk dat een aantal graven met kruisen herplaatst of hergebruikt zijn naar het kerkhof naast de ‘nieuwe’ kerk. In 1935 is het nieuwere kerkhof tegenover de ingang van de kerk in gebruik genomen. Het oude kerkhof had last van mijnverzakkingen en graf instortingen waardoor er veel graven stukgingen of scheef gingen staan en er werd nauwelijks onderhoud gepleegd. Het onderhoud op het oude kerkhof van de grote St.-Jan liet dus al tientallen jaren te wensen over en het was een plek van verval en bederf geworden.

In 2006 vielen een aantal eikenbomen die naast het kerkhof stonden na een flinke onweersbui boven op de grafmonumenten waarvan er een aantal vernield werden. Dee gemeente Heerlen en het kerkbestuur waren al enige tijd in overleg om het kerkhof op te knappen. In 2010 vielen er weer twee grote eikenbomen op het kerkhof en de brandweer moest er voor de ruiming aan te pas komen. In oktober werd begonnen met de werkzaamheden. Er werd puin geruimd en er werd een fraai voetpad aangelegd en er kwamen zitbankjes. De kosten bedroegen meer dan 100.000 Euro. Door deze ingreep kwamen de gietijzeren kruisen in zicht te liggen en werd pijnlijk duidelijk hoe miserabel de kruisen er bijstonden. Op het oude kerkhof van de grote St.-Jan in Hoensbroek staan in totaal 29 gietijzeren grafkruisen in diverse maten en uitvoeringen. Het geheel vormt een unieke verzameling grafkruisen in Nederland vanwege het aantal dat op één kerkhof bij elkaar staat.

In 2010 zocht de Rotary Club Hoensbroeck project dicht bij huis. Zij wilden een lokaal project financieren. Hierbij kwam het oude kerkhof in beeld waar de gietijzeren kruisen een opknapbeurt nodig hadden. Na bestudering van overleg met de parochie, gemeente Heerlen en staal- en constructie bedrijf Wiel Peters werden de kosten geraamd op € 10.000,–. De Rotaryclub ging akkoord, zegde fondsenwerving toe en zorgde voor het geld. Men ging aan de slag: elk kruis werd gefotografeerd en kreeg een nummer. In september 2011 begonnen de werkzaamheden. De kruisen werden uitgegraven en vervoerd naar de werkplaats van Wiel Peters waar ze werden schoongemaakt.

Acht vrijwilligers waren maanden bezig. De kruisen werden schoongemaakt en geconserveerd op één na. Dit werd bewust onbewerkt gelaten om het verschil met de oude toestand te laten zien. Elk opgeknapt kruis kwam op de oude plek terug. Ze werden dusdanig behandeld dat de historische waarde behouden bleef. De omgeving van elk grafkruis in de oorspronkelijke staat terug gebracht. Eind 2011 was de klus geklaard en werd het project officieel afgesloten door middel van een mis in de grote St.-Jan waarna de inzegening plaatsvond. Ter afsluiting werd een herinneringsplaquette onthuld.

De vele religieuze monumenten vormen een bijzonder aspect van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap: veldkapellen, wegkruisen, Lourdesgrotten en statiegangen. De Franse tijd was voor de katholieke kerk een donkere periode omdat toen allerlei uitingen van het RK geloof verboden werden. Hierna hernam het katholieke openbare leven zich weer.
De gietijzeren graftekens op de begraafplaatsen van het 19e-eeuwse West-Europa waren doorgaans rijk versierd. Ze ondergingen wisselende stijlinvloeden: Neogotische of Gotische bouwstijl: zoals pinakels, driepassen, wimbergen, hogels en kruisbloemen maar ook crucifixen, heiligen, bloem- en andere motieven en natuurlijk een schild met de personalia van de overledene.
Het plaatsen van gietijzeren grafkruisen op Nederlandse begraafplaatsen kwam vanaf de tweede helft van de 19de eeuw in zwang omdat dit betaalbaar en decoratief was. Rond 1830 kwam veel ijzergietwerk uit Seraing in België. Na de afscheiding van België in 1839 stopte de aanvoer van daar. Al snel ontstonden overal gieterijen en in 1857 waren er in Limburg zes ijzergieterijen waarvan vier in Maastricht. Deze bedrijven legden zich toe op ornamentaal gietwerk waaronder kruisen en kachelornamenten. Bekende Nederlandse bedrijven waren Kamp & Soeten te Tegelen, J.B. Geoming in Venlo, Van Lohuizen uitVaassen, Becking &Bongers en Dru te Ulft.

De kruisen die op het kerkhof van de grote St.-Jan staan zijn interessant omdat hier zowel Belgische, Franse, Duitse en Oostenrijkse typen worden aangetroffen. Over welke firma’s ze geleverd hebben is helaas niets meer te vinden. Van veraf zijn de kruisen zijn niet zo interessant maar in de details blijkt de grote verscheidenheid. Vormen, figuren en symbolen geven deze kruisen vaak een specifieke betekenis.

Profane symbolen zoals de voorstelling omgekeerde fakkels die het uitblussen van alle leven weergeven, een urn die symbolisch stof en as bevat, maar ook de zandloper als symbool voor de vergankelijkheid. Een doodshoofd boven gekruiste beenderen is een verwijzing naar de dood van de mens. Afbeeldingen uit het leven van Jezus worden vaak met het kruis meegegoten zoals de ‘Doop in de Jordaan’ en Maria afbeeldingen al of niet met aan apostel ernaast zoals Johannes of Petrus maar ook Thomas, Paulus of de Heilige Barbara. Aartsengel Michaël en andere engelen en engeltjes zijn ook dankbare symbolen. Christelijke motieven en symbolen zoals een combinatie van letters, IHS, RIP of het Mariamonogram AM. Ook een doornenkroon, een kelk met hostie, Driehoek met Oog Gods omgeven met stralenkrans en tot slot een brandend Mariahart.
Ornamenten gebaseerd op de plantenwereld zijn een geliefd zoals ahorn, eikenblad, wingerd, kastanje maar ook de klimop, klaverblad, distel, hulst, cichorei, peterselie, korenaren en ook de roos en de lelie. Afkomstig uit de zuidelijke streken zijn de palmtak, olijftakken, acanthusblad maar ook wijnranken met druiventrossen zijn erg geliefd. Dierenafbeeldingen worden gebruikt zoals uil, de slang, vlinder, uil, pelikaan, leeuw, stier, lam en de gevleugelde adelaarskop.
Vrijwel elk gietijzeren kruis heeft een corpus dat er vrijwel altijd apart op is gemonteerd. De corpussen worden in twee hoofdgroepen ingedeeld. Bij de eerste hoofdgroep is het hoofd van de Christusfiguur naar rechts is gekeerd en bij de tweede naar links; in België ‘de verkeerde Lievenheer’ genoemd. De corpussen werden vaak gekopieerd, dat verklaart waarom ze op heel veel gietijzeren kruisen te zien zijn.

Het oude kerkhof naast de grote St.-Jan is absoluut een bezoek waard. Er is meer te zien dan we op het eerste gezicht zouden verwachten.

 

 

Deze pagina delen
Email this to someoneShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook
Lees ook: