Afgelopen maandag 22 januari kwam de werkgroep van het Land van Herle voor de eerste keer in het nieuwe jaar bij elkaar. Bij die gelegenheid onderhield oudgediende Martin van de Wijst de aanwezigen met een uiteenzetting over de rol die het Latijn nog steeds speelt in ons dagelijks leven.

Latijn speelt al lang niet meer de rol die het in vroeger jaren speelde. In de Renaissance was het de omgangstaal van geletterden over de hele wereld en speelde het de rol die tegenwoordig het Engels speelt. Ook in de hoogtijdagen van het Rooms-katholicisme kende menige kerkganger wel een paar woorden Latijn. Dit is al lang niet meer zo. Desondanks speelt deze ‘dode’ taal nog steeds een rol in ons dagelijks taalgebruik. Latijn wordt een dode taal genoemd omdat deze nergens ter wereld nog als dagelijkse omgangstaal gesproken wordt. De uitspraak van het Latijn dat in nu nog de RK kerk, door classici, juristen en artsen wordt gebruikt, is een reconstructie van de geschreven overlevering waarbij meer dan een interpretatie mogelijk is. Zo zijn er bijvoorbeeld adepten van de Humanistische uitspraak en van de Cicero- of Kikero-uitspraak. Elke uitspraak kent zijn eigen regels.

Het klassieke Latijn heeft als basis gefungeerd van heel wat woorden in het Nederlands (en andere talen). Met name wetenschappelijke termen die betrekking hebben op bijvoorbeeld natuurkunde, wiskunde, geneeskunde en dergelijke vinden hun oorsprong vaak in het Latijn. Ook woorden die ons nu alledaags in de oren klinken, blijken uit het Latijn afkomstig te zijn. Zo is het Nederlandse woord ‘venster’ afkomstig van het Latijnse ‘fenestra’ en het woord ‘calorie’ van het Latijnse ‘calor’ dat ‘warmte betekent. Woorden als agenda, kalender, consensus en trauma hebben eveneens een Latijnse oorsprong.

Daarnaast zijn er een aantal Latijnse uitdrukkingen die nog regelmatig gebruikt worden. Martin liet er een aantal de revue passeren waaronder:
Alter ego – de andere ik,
Concedo nulli of cedo nulli – wijk voor niemand,
Devide et impera – verdeel en heers,
Homo sapiens – De verstandige mens,
Dura lex sed lex – de wet is hard, maar het is de wet,
Mens sana in corpore sano – een gezonde geest in een gezond lichaam,
Ad rem – ter zake en
Lectori salutem – gegroet lezer.
Met name dit laatste deel was voor veel aanwezigen een feest van herkenning en inspireerde menigeen om ook een duit in het zakje te doen. Een onderhoudend begin van het nieuwe jaar.

Martin bedankt!

Deze pagina delen
Email this to someoneShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook
Lees ook: