Op maandag 9 januari vond de eerste werkgroepvergadering, tevens nieuwjaarsreceptie van historische kring Het Land van Herle plaats. Bij deze gelegenheid heeft de werkgroep ook kennis kunnen maken met Michel Lemaire, de nieuwe stadshistoricus en opvolger van Roelof Braad en hij met de werkgroepleden. De lezing van die avond werd verzorgd door werkgroeplid Paul Borger met het onderwerp ‘Oostenrijkse woningen in de Mijnstreek’.

De meeste inwoners van Parkstad kennen ze wel de karakteristieke houten vrijstaande huizen die her en der in groepjes in Heerlen en Hoensbroek, maar ook daarbuiten gebouwd werden.
Na de Tweede Wereldoorlog kende Nederland grote woningnood. Tijdens de oorlog waren nauwelijks nieuwe woningen gebouwd en verder was er ook flink wat oorlogsschade. Landelijk maar liefst 82.600 woningen vernietigd of afgebroken en bijna 80.00 raakten beschadigd. Deze schade werden zo goed als mogelijk hersteld maar in 1949 was er nog altijd een tekort van bijna een kwart miljoen woningen. Om dit probleem voor een deel op te lossen zocht het Ministerie van Wederopbouw naar niet al te dure huizen die snel te bouwen waren. Deze huizen werden gevonden in Oostenrijk bij een bedrijf in Wenen. Deze woningen werden als bouwpakket geleverd en konden binnen een paar dagen opgebouwd worden. Ze waren stukken goedkoper dan bakstenen huizen en hadden nog meer voordelen. Voor heel Nederland werden 800 huizen besteld. De woningen werden betaald door middel van ruilhandel met Oostenrijk: houten huizen werden geruild voor voedsel waaronder zaden, gedroogde groente en visconserven.

De Limburg bestelde 200 exemplaren. Heerlen en Hoensbroek waren geïnteresseerd. De huizen kostten fl. 10.000,- en waren uitsluitend bestemd voor middenstanders. Onder meer de Staatsmijnen, de Oranje Nassaumijnen, V&D, Schunck en de Belastingdienst toonden belangstelling. De huizen waren voor die tijd bijzonder modern: de dubbelwandige buitenwandelementen waren geïsoleerd en de huizen hadden dubbele ramen en tuindeuren. De elementen werden per trein naar Nederland vervoerd. Vanuit Oostenrijk werden steeds 20 huizen tegelijk verstuurd.

In Hoensbroek werden Oostenrijkse huizen gebouwd aan de Kastanjelaan, de Paadweg en aan de Paludestraat. Verder werden er nog drie gebouwd aan de Maria Gewandestraat waaronder een pastorie en een kaplanie. In Heerlen werden aan de Holleweg de woningen in opdracht van de Belastingdienst gebouwd. De woningen voor personeelsleden van V&D kwamen aan de Oliemolenstraat en de Kerkraderweg te liggen. In Treebeek werden de huizen voor de Staatsmijnen gebouwd en op de Molenberg die voor de ON-mijnen. In de Dingertuin bij het huidige APG heeft tot 2016 ook een Oostenrijks huis gelegen. Ir. A.E. Dinger liet het in 1950 liet bouwen op een schitterende locatie in de naar hem genoemde botanische tuin. Buiten de huidige Parkstad werden er nog Oostenrijkse woningen gebouwd in onder meer Beek, Lindenheuvel, Geleen en Brunssum.

Intussen zijn deze huizen al meer dan zeventig jaar oud maar nog steeds zeer gewild en inmiddels aardig prijzig. Paul luisterde zijn verhaal op met prachtige foto’s. Wie meer wil weten over dit onderwerp kan nog steeds het tijdschrift ‘Oostenrijkse woningen in de Mijnstreek’ verschenen als deel 1 in de reeks Hoensbroekse Historie kopen. Zie voor meer informatie www.hoensbroeksehistorie.nl

Deze pagina delen
Email this to someoneShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook
Lees ook: