Agenda sectie Genealogie
11 April 2019 19:30 Lezing Herladiek, Antje vd Statie, Weert
16 Mei 2019 19:30 ALV Sectie Genealogie, Echt 20:15 Lezing Levende Heraldiek, Echt
19 Juni 2019 19:30 Lezing Bisschoppelijk Archief Luik, Maaseik Bijdragen van Rob van Drie, Arno Coopmans en Fred Baltus.

Edmond Delhougne penning
Nomineren kandidaten ‘Edmond Delhougne Penning’ vóór 15 april a.s De commissie Edmond Delhougne Penning organiseert ook dit jaar weer de uitreiking van de Limburgse genealogische ‘Edmond Delhougne Penning’. Op zondag 13 oktober 2019 zal de feestelijke uitreiking in Vlaanderen plaatsvinden in het Gallo-Romeins Museum te Tongeren.
Wij nodigen u uit om kandidaten te nomineren voor deze genealogische onderscheiding. De voordracht dient door minimaal 3 personen te worden ondersteund.

Gegadigden dienen te voldoen aan de volgende criteria:
– Er dient een stimulerende invloed uit te gaan op de regionale ontwikkeling/promotie van de genealogie en er moet sprake zijn van activiteiten/studies binnen een regionaal historische context.
– Indien de genomineerde onderzoek heeft verricht, moeten de studies gebaseerd zijn op eigen onderzoek, voorzien van een notenapparaat en bronvermeldingen, een redelijke omvang hebben en bij voorkeur gepubliceerd zijn in een tijdschrift of in boekvorm.
– Binnen het vakgebied van de genealogie dienen de activiteiten er uit te springen (op te vallen).
– Er moet sprake zijn van voldoende onderscheidende professionele kwaliteit.
– De studies moeten in de Nederlandse taal zijn geschreven.

De keuze van de genomineerden ligt in handen van een deskundige jury, die bestaat uit genealogen, historici en redacteuren. Alle juryleden hebben ruime ervaring met het verrichten van genealogische c.q. historische activiteiten en onderzoek.
Alleen de laureaat wordt bekend gemaakt. Over selectie en uitkomst wordt niet gecorrespondeerd.

Hoe kunt u kandidaten nomineren?
Voordrachten dienen te worden gericht aan secretaris commissie Edmond Delhougne Penning, mr. A.J.A. (Alphons) Rikken, e-mail: rikken@stggenealogie.nl, tel.: 0031 6 13344400.
Voor de voordracht kan gebruik worden gemaakt van het formulier ‘voordracht kandidaten’, op te vragen bij de secretaris van de commissie Edmond Delhougne Penning.

Rechterlijke archievenonderzoek
In het begin van de Franse tijd (1796) werden alle rechterlijke colleges opgeheven en vervangen door nieuwe instellingen. De nieuwe rechtbanken hadden een groter rechtsgebied dan de oude lokale schepenbanken. Er werden vredegerechten opgericht, die in een kanton bevoegd waren. Daarnaast kwamen er rechtbanken van eerste aanleg, die in een arrondissement recht spraken. Vredegerechten behandelden burgerlijke zaken van weinig geldwaarde en zorgden onder andere voor de benoeming van voogden. De rechtbanken van eerste aanleg in Maastricht en Roermond behandelden civiele en correctionele zaken.

Misdrijven kwamen voor het Tribunal Criminel (1796-1811) en later voor het Hof van Assisen (1811-1841) in Maastricht. Het bestuur van de plaatselijke gemeenschappen behoorde voortaan niet meer tot de taak van de nieuwe rechterlijke instanties.

Tips
– De archieven van de rechtbanken uit de periode 1796-1841 zijn opgenomen in één inventaris. De bewaard gebleven procesdossiers zijn vaak per jaar geordend op naam van de eiser (burgerlijke zaken) of op naam van de verdachte/veroordeelde (strafzaken). Een naamindex op alle procesdossiers uit deze periode bevindt zich in de studiezaal van het RHCL als computeruitdraai.
– Houd u er rekening mee dat de stukken in de periode van 1796 tot ongeveer 1823 en later weer in de jaren 1830-1839 in het Frans zijn geschreven. Dus: débrouillez vous! Neem een Frans-Nederlands woordenboek mee.
– De vonnissen bevinden zich niet bij de procesdossiers, maar in aparte vonnisregisters. Vanaf 1796 worden de vonnissen wel gemotiveerd. In het vonnis wordt vanaf 1804 verwezen naar de Franse wetboeken, zoals bijvoorbeeld het Wetboek Napoleon.Bron : https://www.rhcl.nl/nl/info/onderzoektips/huizenonderzoek-1799-18421

Genealogisch onderzoek Pijler 6 Respecteer het auteursrecht
‘Ik heb jaren aan mijn familieboek gewerkt, en mijn nicht heeft nu zonder het mij te vragen alles op een website gezet, alsof ze zelf al die tijd en energie erin gestoken heeft. Dat kan toch niet zomaar?’ Het CBG krijgt met enige regelmaat een dergelijke vraag van teleurgestelde onderzoekers, die zien dat anderen met hun werk aan de haal gaan. Wordt hier het auteursrecht met voeten getreden?
De Auteurswet aan het woord Daarvoor moeten we eerst bekijken wat auteursrecht precies is. Volgens de Auteurswet (1912, art. 1) is dat het ‘uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst […] om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen’.
Om ‘werk’ te zijn in de zin van de Auteurswet moet het ontstaan zijn door een creatief proces. ‘Creativiteit’ is dus het sleutelwoord. In een genealogische publicatie, op papier of digitaal, steekt een maker vaak veel tijd en energie. Maar is dit een ‘creatief’ proces, is er creativiteit nodig om een genealogie van een familie samen te stellen? Op het eerste gezicht lijkt dat wel zo. Je moet als stamboomonderzoeker de weg weten in de bronnen, de informatie die je vindt beoordelen op kwaliteit en juistheid, gegevens op een goede manier combineren en er conclusies uit trekken. Als dat geen creatief proces is!

De rechter spreekt zich uit. Nee, dat is het niet. De rechter heeft zich al eens uitgesproken over de vraag of een stamboom auteursrechtelijk beschermd is. Er bestaat dus jurisprudentie. In 2013 maakte iemand een ‘stamboomzaak’ aanhangig bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De eiser verklaarde dat hij sinds 1980 aan zijn stamboom had gewerkt, wat uiteindelijk resulteerde in de publicatie van een boek. In 2012 werd de stamboom uit dit boek door de gedaagde zonder toestemming aan de maker te vragen opgenomen op de website Geneanet.org.
De rechter was van oordeel dat een stamboom een opsomming is van gegevens die vaststaan. De maker van een stamboom kán geen creatieve keuzes maken. Anders zou het resultaat incorrect of onvolledig zijn.

Vrij vertaald: je kunt niet op basis van je Het voorzittersoverleg van genealogische verenigingen onderschreef op 21 maart 2015 de zeven pijlers van het genealogisch onderzoek. De verenigingen dragen de zeven pijlers uit als code of practice om zo de kwaliteit van het genealogisch onderzoek te bevorderen. In deze nieuwsbrief worden ze één voor één besproken en toegelicht. Deze keer pijler 6: ‘Respecteer het auteursrecht.’

Rob van Drie: Van creativiteit kan sprake zijn als iemand kinderen toevoegt aan een ouderpaar omdat hij ze daar leuk bij vindt passen. De relatie ouder-kind ligt vast. Het vinden van die relatie wordt dus niet als een creatieve inspanning gezien, ook al kost dit ‘genealogisch bewijs’ meer moeite naarmate je met je onderzoek verder terug in de tijd komt. ‘De keuze of rangschikking van stamboomgegevens vormt geen intellectuele schepping’, zo luidt het oordeel van de rechter.

Portretten in woord en beeld
Een stamboom wordt dus wettelijk gezien als een verzameling van feiten, die niet auteursrechtelijk beschermd is. Maar een genealogische publicatie bevat vaak meer dan alleen de kale feiten. Hoe zit het dan met de auteursrechtelijke bescherming hiervan? Maakt de samensteller van een familieboek bijvoorbeeld een korte biografische schets van een van de grootouders op basis van verschillende geschreven bronnen en uit overlevering opgetekende informatie, dan is het schrijven hiervan een creatief proces. Het resultaat kunnen we opvatten als een auteursrechtelijk beschermd werk. Zo’n biografisch portret mag je dus niet zomaar zonder toestemming van de auteur overnemen n op een website plaatsen. Ook op foto’s rust vaak auteursrecht. Als dit bij de fotograaf ligt, wat vaak het geval is, dan vervalt dit zeventig jaar na diens overlijden. In principe heb je dus toestemming van de fotograaf nodig om zijn werk te mogen publiceren. Dat loopt misschien niet zo’n vaart als het gaat om een familiekiekje in een genealogie die je slechts in familiekring verspreidt. Maar werk je aan een commerciële publicatie en gebruik je daarvoor een portret gemaakt door een beroepsfotograaf, vraag hem dan vooraf toestemming voor publicatie. Als personen op foto’s nog in leven zijn, dan moet je bovendien rekening houden met het ‘portretrecht’ van betrokkenen. Denk je dat je neef bezwaar zou kunnen hebben tegen publicatie van de foto waarop hij met zijn ex-echtgenote staat, vraag dan vooraf of hij akkoord gaat.

De ethiek laat van zich horen
Het bijeenbrengen van de gegevens voor een genealogische publicatie op basis van bronnenonderzoek kost vaak veel tijd en moeite. Die verzameling feiten mag dan niet auteursrechtelijk beschermd zijn, uit het oogpunt van de ‘ethiek’ van het genealogisch onderzoek is het wel zo netjes recht te doen aan de verzamelaar in wiens werk je uitgebreid gaat ‘winkelen’ voor je eigen stamboom. Doe hem of haar recht en geef in je eigen papieren of digitale publicatie aan dat je uitgebreid gebruik maakte van zijn werk. Wie het vak kent, waardeert de vakman.

Volgende keer pijler 7: ‘Deel de resultaten van je onderzoek.’ Literatuur over de gerechtelijke uitspraak is online te vinden op boek9.nl/items/iept20131106-rb-zeeland-west-brabant-stamboom

Het Vredegerecht in Limburg
De vrederechter was een alleensprekend lekenrechter die recht sprak in kleine zaken. Deze rechtspraak moest op een eenvoudige wijze, snel, zonder veel kosten en formaliteiten plaatsvinden. Daarnaast werd hij ingeschakeld bij de conciliatie, d.w.z. proberen partijen tot een schikking te overreden om te voorkomen dat een zaak door de rechtbank van eerste aanleg behandeld zou moeten worden. Aan de vrederechter waren een aantal taken opgedragen zoals onder andere de benoeming van toeziende voogden, verzegeling van boedels, verlening van akten van bekendheid enz. Deze akten van bekendheid zijn voor genealogen van groot belang. In deze akten werd bijvoorbeeld omschreven dat de vrederechter een akte opmaakte als een persoon wilde trouwen voor de burgerlijke stand, maar de benodigde doopakte was verloren gegaan. In de akten werden getuigen (met naam, beroep en woonplaats) gehoord, die wel wisten van het tijdstip van de geboorte en wie de ouders waren. Veel gegevens over o.a. de vredegerechten in de provincie Limburg zijn te vinden in :Inventaris van de archieven der rechtscolleges, alleensprekende rechters en rechterlijke ambtenaren, van 1794 tot 1841 gefungeerd hebbende op het grondgebied van de tegenwoordige Nederlandsche provincie Limburg, door Mr. H. Hardenberg. Uitgave van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. ’s-Gravenhage 1949. 167 pag. In de navolgende kantons waren vredegerechten: Kanton Eysden, 1796-1802; kanton Gulpen, 1802-1841; kanton Heerlen, 1796-1841; kanton Heythuizen, 1796-1802; kanton Horst, 1798-1841; kanton Maastricht-Noord, 1796-1841; kanton Maastricht-Zuid, 1796-1841; kanton Meerssen, 1796-1841; kanton Oirsbeek, 1796-1841; kanton Roermond, 1796-1841; kanton Rolduc (Kerkrade), 1796-1841; kanton Sittard, 1798-1841; kanton Valkenburg, 1796-1802; kanton Venlo, 1796-1841; kanton Weert, 1796-1841; kanton Wittem, 1796-1802.

 

 

Deze pagina delen
Email this to someoneShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook
Lees ook: