Met de herdenking van 75 jaar bevrijding van Heerlen en omstreken in het voorzicht, verzorgde werkgroeplid Paul Borger een lezing over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog voor mensen in Hoensbroek die de verdenking op zich geladen hadden te sympathiseren met de Duitse bezetter. Deze mensen, of ze nu werkelijk met de Duitsers geheuld hadden of niet, werden geïnterneerd op kasteel Hoensbroek.

Kasteel Hoensbroek, dat sinds 1927 in het bezit was van de stichting Ave Rex Christi, werd in de jaren voorafgaand aan de oorlog gerestaureerd en deze ging ook na de bezetting door, zij het op een lager pitje. Tijdens de oorlog werd het kasteel voor huisvesting gebruikt, zowel door de Duitsers die er onder meer een jongenskamp onderbrachten als door de zusters van het  Arme Kind Jezus die met de weeskinderen van Rijksvoogdijinstelling ‘Meerzicht’ die met hun pupillen moesten wijken voor de aanleg van de Atlantikwal. Weer later, na de komst van de Amerikanen, diende het kasteel als interneringskamp voor ‘foute’ Nederlanders en inwoners met de Duitse nationaliteit.

Nog voor de bevrijding was er een adreslijst aangelegd van deze ‘foute’ Nederlanders: NSB’ers, SS’ers en Duitse inwoners. Op en na 18 september 1944 werden de personen die op deze lijst stonden uit hun huizen gehaald en publiekelijk over de openbare weg naar het kasteel gevoerd. Het betrof vaak hele gezinnen, inclusief jonge kinderen. Deze kinderen werden vaak onderweg naar het kasteel door familie uit de rij gehaald en ondergebracht. Onder de mensen op die lijst bevond zich een aantal dat niets van doen had gehad met de Duitsers maar op aanwijzing van buurtbewoners of anderen die hen niet welgezind waren zij hierop terecht gekomen. De omstandigheden waaronder deze mensen op het kasteel op meerdere locaties werden vastgehouden waren erbarmelijk. Mannen die in Duitse kampen hadden verbleven, vonden dat het in Hoensbroek het slechtste was. Na enige tijd vond er een onderzoek plaats door een zogenaamde ‘zuiveringscommissie’ waarin onder meer kapelaan Otten als dhr. Quint, op dat moment hoofd politieke opsporingsdienst en later burgemeester van Brunssum, zitting hadden. Door die commissie werden de geïnterneerden verhoord en werd de strafmaat bepaald. Een groot aantal mensen mocht na overvraging naar huis maar een aantal moest blijven. Toen het kasteel te klein geworden was voor al die mensen werden er in Treebeek twee scholen gevorderd en omgevormd tot Regionale  Strafinrichting. Ondertussen had de gemeente Hoensbroek de goederen uit de huizen van de opgepakten voor zover mogelijk in veiligheid gebracht  en laten opslaan.

Het heeft nog een hele tijd geduurd eer  na alle gebeurtenissen na de oorlog de rust weerkeerde. Heel wat onschuldig opgepakte en geïnterneerde mensen zijn daar geestelijk niet ongeschonden uitgekomen. Omdat vader NSB-sympathieën had of pro-Duits was, werd het hele gezin zwaar gestraft, niet alleen door de opsluiting maar ook door de gebeurtenissen daarna. Vele jaren daarna nog werden vrouwen en kinderen op straat nageroepen. Ook de onterecht opgepakte mensen werden nog lang nagewezen, want waar rook is vuur …… toch?
Paul Borger heeft een artikel geschreven waarin hij heel wat uitgebreider op deze zaken ingaat dat in een van de volgende nummers van MijnStreek gepubliceerd zal worden.

Deze pagina delen
Email this to someoneShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook
Lees ook: