Op de maandelijkse werkgroepvergadering van Het Land van Herle van 28 oktober hield ons lid Sjef Born een bijzonder goed bezochte lezing over de villa rustica waarvan de resten gevonden zijn bij Ten Hove in Voerendaal.

Dat Zuid-Limburg al in de Romeinse tijd bewoond was en dat zich in deze streken al voor het begin van de jaartelling Romeinen gevestigd hadden, is voor de meeste in lokale geschiedenis geïnteresseerde mensen geen verrassing. Hier immers lag een uitgebreid netwerk van wegen waarlangs handelaren en andere mensen waren neergestreken. Waar mensen wonen, moeten ook mensen eten. Er werd voedsel aangevoerd van elders maar er werd ook voedsel verbouwd. Er verrezen her en der boerenbedrijven: villae rusticae. De resten van zo’n villa rustica zijn aangetroffen in Voerendaal bij de hoeve Ten Hove. Deze villa behoort tot de grootste van de op de vruchtbare Zuid-Limburgse lössgronden opgegraven complexen.

Er zijn een viertal bouwfasen te onderscheiden. De oudste fase (late ijzertijd  – 50 voor Chr.) is niet Romeins.  Er zijn resten aangetroffen van houten palen die duiden op de aanwezigheid van een boerderij en een spieker; een opslag op houten palen. Hieromheen was een omheining gebouwd. Dit type is ook in België gevonden. In de tweede fase (50 voor Chr. –  50 na Chr.) werd de eerste stenen villa gebouwd bestaande uit een boerderij met bijgebouwen: stallen en opslagruimten, iets verder weg gelegen van de boerderij. In de loop van de 2e en 3e eeuw is de villa uitgebreid en verbouwd en werd het een grote villa, met een grote graanschuur, zuilengalerij en toren. Ook bevond zich op het complex een badhuis en waren er een tweetal tempeltjes. In de vierde periode, de laat Romeinse tijd, raakt de zaal in verval. Mogelijk werd de villa in de loop van de 3e eeuw verwoest, net zoals andere villae rusticae. Een deel van de villa is echter tot omstreeks 400 blijven bestaan, wellicht als kern van een Frankische nederzetting. In deze periode is een vierkante toren gebouwd van 8,5 x 9,5 m met zware, tot 1,5 m dikke muren waarin de bevolking zich terugtrok  bij aanvallen van Germaanse stammen. Ook zijn er Frankische graven aangetroffen met grafgiften.

villa rustica Ten Hove

Overzicht van het villa rusticacomplex bij Ten Hove

De eerste archeologische opgraving vond hier plaats in 1892 door de priester-historicus Jozef Habets. In 1929 (Holwerda en Goossen) en 1953 (Braat) vonden opnieuw opgravingen plaats. De grootste opgraving vond plaats van 1985 tot 1987 en werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Hierbij werden zes hectare grondig doorzocht waarbij talloze vondsten werden gedaan. De dozen met deze vonden bevinden zich in het Limburgs Museum en zullen binnenkort onderzocht gaan worden.

Botanisch en zoölogisch onderzoek heeft onder meer de teelt van de volgende gewassen aangetoond: spelt, bonen, bieten en linzen, vlas, lijnzaad, kool, dille, koriander, noten en fruit. Ook zijn er sporen van veeteelt aangetroffen: rund, schaap, geit en varken. In de vijver bevonden zich vissen, eenden, ganzen. Er waren paarden gebruikt als rijdier. Ook zijn er resten gevonden die duiden op de aanwezigheid van kippen, katten en honden. Naast het gezin van de domus, de heer woonden er de gezinnen van de beheerder en de arbeiders. Ook zijn er aanwijzingen (boeien) dat er mogelijk sprake was van slavenarbeid. Een andere opmerkelijke vondst was die van een glasplaat van 40 x 40 cm en een dikte van 4 mm.  Er was nog heel wat meer te vertellen maar helaas liet de tijd dat niet meer toe.
Het terrein geldt als Rijksmonument.

 

Deze pagina delen
Email this to someoneShare on LinkedInShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Facebook
Lees ook: