Nieuwjaarsbijeenkomst werkgroep van Het Land van Herle op 8 januari 2024

Anita Quaedackers

Anita Quaedackers

Anita is leraar Nederlands en cultuurwetenschapper en heeft ervaring als docent, onderzoeker, publicist en redacteur. Sinds meer dan tien jaar actief als werkgroep- en bestuurslid bij Het Land van Herle en als (eind)redacteur van MijnStreek .

Op maandag 8 januari kwam de werkgroep van de Stichting Historische Kring Het Land van Herle bijeen voor de eerste vergadering van het jaar. Hierbij toastten we op een goed nieuwe jaar. Helaas kon de beoogde spreker niet aanwezig zijn maar gelukkig kon werkgroeplid Sjaak Giezenaar inspringen.

Het ‘rondje langs de velden’

Zoals gebruikelijk maakten we eerst het ‘Rondje langs de velden’. De aanwezigen vertelden over interessante ontwikkelingen uit het werkveld. Zo werkt een kunstenaar op dit moment aan een kunstwerk dat bedoeld is monument ter herinnering aan de Roma en Sinti die in onze streek verbleven. Ook wees een van onze leden op een bijzonder mooie tentoonstelling in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Deze draagt de titel ‘De Oudheid in Kleur’. Ze is nog tot juni dit jaar te bezoeken. Verder vernamen we dat er flinke stukken van het archief van de Raad van State gedigitaliseerd zijn. Deze werden op de site van het Nationaal Archief geplaatst. Het gaat hierbij onder meer om stukken die betrekking hebben op Heerlen en Het Land van Valkenburg.

De laatste ijstijd

Hierna nam Sjaak Giezenaar het woord met zijn lezing. Deze ging over zijn nieuwste boek: ‘De bodem van Schinveld en Brunssum geeft haar geheimen prijs; puzzelen in het verleden’. Hierin wijdt hij een flink aantal pagina’s aan wat zich tijdens de laatste ijstijd in deze streken heeft afgespeeld. Hierbij lag de focus vooral op de prehistorische mens.

De aarde heeft een aantal ijstijden doorgemaakt. De laatste eindigde ongeveer 14.000 jaar geleden en had bijna 100.000 jaar geduurd. Zowel ’s winters als ‘s zomer vroor het. Het noordelijk deel van Europa lag onder een dikke ijskap die ook grote delen van Nederland en Duitsland bedekte.
In deze periode leefden er onder de ijsgrens, die in Nederland ongeveer liep op de lijn Utrecht-Enschede, twee ‘typen’ mensen: zowel de Neanderthaler als de moderne mens; de Homo sapiens. In deze gebieden was het nog altijd erg koud: ‘s zomers zo’n -4 oC. Als gevolg hiervan stierven heel wat diersoorten uit en groeiden er nauwelijks tot geen planten die de toenmalige jagers-verzamelaars tot voedsel konden dienen. Ook stierven heel wat diersoorten waarop gejaagd werd uit. Onder meer de wolharige mammoet, de wolharige muskusos en de holebeer leefden tegelijkertijd met de Neanderthalmens in onze streken.

Volgens een onderzoek uit 2009 bleek dat de Neanderthal populatie zo’n 30.000 jaar geleden uit slechts 10.000 individuen bestond. Eerder ging men nog uit van 50.000. Een dergelijk kleine populatie is erg gevoelig voor voedselgebrek en ziekte. Waarschijnlijk zijn zij als gevolg hiervan ook uitgestorven. De laatste Neanderthalers leefden ca. 30.000 jaar voor Chr.

Neanderthaler (bron: Wikipedia)

Overblijfselen van de ‘moderne’ mens in deze omgeving

De ‘moderne mens’, een afstammeling van de Homo Sapiens, is afkomstig uit het gebied van de ‘vruchtbare sikkel’; het gebied rondom de rivieren de Eufraat en de Tigris. Dit is het gebied dat nu Irak heet. In dit gebied evolueerde de Homo sapiens in de periode 12.000 tot 8000 v. Chr. van jager-verzamelaar naar boer. Mensen hadden ontdekt dat je gewassen kunt verbouwen en vee kunt fokken. Hierdoor konden mensen zich op een plaats vestigen.
Deze ‘moderne’ mensen zijn in de loop van de tijd onder meer naar het noorden, naar onze streken, gekomen. Rond 7000 v. Chr. vestigden zij zich hier, onder meer in de buurt van de Rode Beek. Deze ‘immigranten’ deden aan landbouw en veeteelt. Bij de aanleg van de Buitenring in de buurt van Brunssum en Merkelbeek zijn nogal wat vondsten gedaan die op hun aanwezigheid duiden. We kunnen hierbij denken aan stenen werktuigen, maar ook aan oker (hematiet) dat mensen gebruikten voor cosmetische doeleinden en berkenbast waarmee zij lijm maakten om stenen speerpunten te bevestigen.

Waarschijnlijk ligt er in het tracé van de Parkstadring nog meer van dit interessante materiaal maar dit is nu buiten bereik. RAAP, voorheen bekend als RAAP Archeologisch Adviesbureau; een Nederlands onderzoeks- en adviesbureau dat archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek doet in Nederland en Vlaanderen, houdt van dit betreft de vinger aan de pols.

‘De bodem van Schinveld en Brunssum geeft haar geheimen prijs; puzzelen in het verleden’

Wie meer wil weten over wat er behalve resten van de prehistorische mens in de bodem van Schinveld en Brunssum gevonden is, raden wij aan het boek ‘De bodem van Schinveld en Brunssum geeft haar geheimen prijs; puzzelen in het verleden’ van Sjaak Giezenaar te lezen. Mail voor meer informatie naar: sjaak.giezenaar@hotmail.com.

Sjaak, hartelijk dank voor je lezing!

Deel dit artikel:

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email
Scroll naar boven
Ga naar de inhoud