Werkgroepvergadering Land van Herle 11 maart 2024:  Gisèle van Waterschoot van der Gracht

Anita Quaedackers

Anita Quaedackers

Anita is leraar Nederlands en cultuurwetenschapper en heeft ervaring als docent, onderzoeker, publicist en redacteur. Sinds meer dan tien jaar actief als werkgroep- en bestuurslid bij Het Land van Herle en als (eind)redacteur van MijnStreek .

Op de werkgroepvergadering van maandagavond 11 maart werd de lezing verzorgd door ons gewaardeerd werkgroeplid Luc Wolters. De lezing is gebaseerd op het artikel dat Luc samen schreef met Hein van Bruggen voor het Roermondse Jaarboek de Spiegel van Roermond:  Gisèle v. Waterschoot v.d. Gracht (1912-2013) ‘Een lang, intrigerend en (kunst)minnend leven maar ook een geconstrueerde nagedachtenis’. Zij had een band met deze regio vanwege haar vader die een periode lang voor Staatsmijnen werkte.

Gisèle van Waterschoot van der Gracht

Gisèle van Waterschoot van der Gracht werd op 11 september 1912 geboren in Den Haag. Ze is bekend geworden als schilderes en glazenier. Ze was de enige dochter van mr.dr.ir. W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht (1873-1943) en de Oostenrijkse Josephine Rudolfine Maria Gisella Ferdinandine barones von Hammer Purgstall (1881-1955). Ze had drie broers van wie er een op jonge leeftijd overleed bij een jachtongeval. Haar vader werkte onder andere voor Shell en Staatsmijnen. Gisèle groeide meertalig op in Den Haag, de Verenigde Staten, Oostenrijk en kasteel Wijlre.

Haar leven als kunstenares

Van 1931 tot 1933 studeerde ze aan de Écple des Beaux Arts in Parijs. Hier raakte ze bevriend met Judy Michiels van Kessenich. Via haar leerde ze de kunstenaar Joep Nicolas kennen. Van 1935 tot 1939 werkte ze als leerlinge en assistente van Nicolas, die haar als zijn muze beschouwd. Hier leerde zij onder andere het brandschilderen van glas. Gisèle valt in de smaak bij het Roermondse adellijke milieu en in kunstenaarskringen en bezoekt allerlei feestjes. Als telg uit een streng katholiek milieu hield ze er een opvallend losse moraal op na. Minnaars komen en gaan, getrouwd of niet. Ze had de naam nogal liberaal te zijn wat haar liefdesleven betreft. Op enig moment is er sprake van een menage a trois van Gisèle, Joep Nicolas en diens echtgenote Suzanne Nys. Na het vertrek van Nicolas naar de Verenigde Staten in 1939 besloot Gisèle Limburg te verlaten. Ze verbleef in die tijd regelmatig in Bergen aan Zee waar haar ouders inmiddels woonden. Hier kwam ze in contact met Adriaan Roland Holst – met wie ze een liefdesrelatie aanknoopte – , E. Du Peron en de Duitse dichter Wolfgang Frommel.

Werk van Gisèle van Waterschoot van der Gracht

Naast het maken van  ramen schilderde ze met olieverf op doek. Zo schilderde ze haar atelier in Leeuwen in 1936, de groentetuin van haar ouders in Wijlre en een portret van haar vader in 1937. In de jaren 1939-1940 kreeg ze een aantal opdrachten van Staatsmijnen waaronder een venster voor het hoofdkantoor van Staatsmijnen, de ’Boerderij’, in Heerlen. In latere jaren maakte ze onder meer een venster dat de H. Caecilia voorstelt voor de Gerardus Majellakerk aan de Heerenweg op de Heksenberg – zie de kerk op de uitgelichte afbeelding – en een venster voor de St. Martinuskerk in Welten waarop de H. Gerardus Majella te zien is.

Herengracht 401, Amsterdam (bron: Wikipedia)

De oorlogsjaren

In 1940 betrok ze een atelier aan de Heerengracht 401 in Amsterdam. Samen met Frommel verborg ze gedurende de oorlogsjaren in dit huis twee Joodse kunststudenten. Hiervoor kreeg ze in 1998 de Yad Vashemonderscheiding.

Controverse rondom Gisèle

Na de oorlog bleven de onderduikers bij haar wonen. In die tijd werd stichting Castrum Peregrine opgericht. Castrum Peregrini was de schuilnaam van haar woning tijdens de Tweede Wereldoorlog. De stichting zet zich in voor kunstenaars.  Wolfgang Frommel probeerde er de cultus rondom de Duitse dichter Stefan George te imiteren. Schrijver E. du Perron woonde in 1939 een lezing van Frommel bij en bestempelt als een van de weinige getuigen Frommels werk- en leefwijze als kwalijk. Het was volgens De Perron allemaal niet zo verheven als de mannen van Castrum het graag wilden doen lijken. Seksueel misbruik onder de noemer van ‘opvoeding in dichterlijke broederschap’ zou het zijn geweest, zo lezen we een halve eeuw later in de ingezonden brieven in het Parool van mannen die nog steeds proberen gehoord te worden.
In 1959 trouwde Gisèle met Arnold Jan d’Ailly, die vanaf 1946 burgemeester van Amsterdam was. In 1956 had hij vanwege het schandaal rondom de relatie met Gisèle uit die functie ontslag moeten nemen.

Latere leven

Na het overlijden van haar man in 1967 woonde en werkte ze ruim 25 jaar elke zomer in haar atelier op het Griekse eiland Paros, in een klein voormalig kloostergebouw dat zij in 1965 had ontdekt om zich aan de schilderkunst te wijden. Aan de feestelijkheden rond haar honderdste verjaardag in september nam ze nog actief 2012 deel. In januari 2013 kwam ze ten val in haar atelier. Op 27 mei 2013 overleed ze.
Gisèle en haar man Arnold liggen naast elkaar begraven op het kerkhof De Akker Gods naast het kerkje Stompe Toren in Spaarnwoude.

Voor wie meer wil lezen

Voor wie meer wil lezen over deze kunstenares: Susan Smit schreef in 2013 de historische roman Gisèle, waarin als een van haar minnaars A. Roland Holst werd gepresenteerd. In 2018 verscheen van de hand van Annet Mooij de biografie ‘De Eeuw van Gisèle. Mythe en werkelijkheid van een kunstenares’.

Luc, dankjewel voor de kennismaking met deze interessante kunstenares!

Deel dit artikel:

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email
Scroll naar boven
Ga naar de inhoud